Welke inhoud regenwatertank heb ik nodig?
Bereken de inhoud van je regenwatertank met je dakoppervlak en gebruik: 30–50 liter per m², oftewel meestal 3.000–5.000 liter voor een tuinwoning.
De juiste inhoud van je regenwatertank reken je met je dakoppervlak × 30 tot 50 liter per m². Voor een doorsnee tuinwoning komt dat neer op 3.000 tot 5.000 liter; alleen tuingebruik kan met 1.500–3.000 liter, een huishoudelijk systeem vraagt 5.000–7.500 liter. 5.000 liter is bij ruim 600 Regenplan-installaties de meest gekozen maat.
De juiste inhoud voor je regenwatertank hang je op aan twee getallen: je dakoppervlak en hoe je het water gebruikt. Een vuistregel: reken op 30 tot 50 liter opslag per vierkante meter dakoppervlak. Voor een doorsnee Nederlandse tuinwoning komt dat neer op een tank van 3.000 tot 5.000 liter. Wie alleen de tuin water geeft, zit vaak al goed met 1.500 tot 3.000 liter; wie ook toilet en wasmachine voedt, schuift richting 5.000 tot 7.500 liter.
Hoe bereken ik de inhoud van mijn regenwatertank?
Begin bij je dakoppervlak en vermenigvuldig dat met 30 tot 50 liter. Een dak van 100 m² levert zo een richtgetal van 3.000 tot 5.000 liter. Dit getal vangt het verschil op tussen een flinke bui en de droge weken erna: de tank moet groot genoeg zijn om een piekbui op te slaan, maar niet zo groot dat het water maandenlang stilstaat.
De rekensom in drie stappen, zodat je hem zelf kunt maken:
- Meet je horizontale dakoppervlak in m² — dus de oppervlakte van bovenaf gezien, niet de schuine lengte van de pannen.
- Vermenigvuldig met 0,75 als ruwe schatting van wat je per jaar opvangt: in Nederland valt zo’n 800 mm regen, en een schuin pannendak vangt daar grofweg 75% van bruikbaar af.
- Stem de tankinhoud af op je gebruik: hoe meer aansluitingen (tuin, toilet, wasmachine), hoe meer buffer je wilt om droge periodes te overbruggen.
Wil je niet zelf rekenen? Met de calculator bereken je je besparing en het bijpassende tankvolume in een paar klikken, op basis van je eigen adres en dakoppervlak.
Een veelgemaakte fout is rekenen met de hele neerslag van een jaar. Dat overschat je tank fors: je vangt nooit alle 800 mm in één keer op, want het water valt verspreid over twaalf maanden en je tank loopt tussendoor steeds leeg. De inhoud is een buffer, geen jaarvoorraad. Het gaat erom dat de tank de droge periodes tussen de buien overbrugt, niet dat hij een heel jaar regen vasthoudt.
Reken daarom liever met je verbruik over twee tot drie droge weken. Een gemiddelde tuin vraagt in een droge zomerweek al gauw 300 tot 600 liter sproeiwater; een toilet en wasmachine samen tikken er per persoon zo’n 30 liter per dag bij op. Tel die behoefte over de periode die je wilt overbruggen op, en je hebt de ondergrens voor je tankinhoud te pakken.
Welke tankinhoud past bij mijn dakoppervlak?
Voor een tuinwoning met 80 tot 120 m² dak is 3.000 tot 5.000 liter de gangbare keuze. Kleiner dak of alleen tuingebruik? Dan volstaat 1.500 tot 3.000 liter. Een groot dak van 150 m² of meer, gecombineerd met huishoudelijk gebruik, vraagt al snel 7.500 tot 10.000 liter. De lijst hieronder vertaalt dak en gebruik naar een richtinhoud.
Richtwaarden: dakoppervlak × gebruik
- 40–60 m² dak, alleen tuin: 1.500–3.000 liter.
- 80–120 m² dak, tuin + buitenkraan: 3.000–5.000 liter.
- 100–150 m² dak, tuin + toilet + wasmachine: 5.000–7.500 liter.
- 150 m²+ dak of meerdere woningen: 7.500–20.000 liter.
Een grotere tank klinkt veiliger, maar te groot is zonde. Vul je een tank van 10.000 liter nooit verder dan halverwege, dan staat het onderste water lang stil en betaal je voor opslag die je niet gebruikt. Liever een tank die een paar keer per jaar echt vol- en leegloopt: dat houdt het water fris en de investering scherp.
Wat gebeurt er als je tank vol zit?
Een goed gekozen tank loopt bij een flinke bui af en toe over, en dat is precies de bedoeling. De overloop voert het teveel netjes af naar de tuin of het riool, zoals het water zonder tank ook zou wegstromen. Je verliest dus niets door een tank die soms overstroomt — je verliest pas iets door een tank die zo klein is dat hij bij elke bui binnen een kwartier vol zit en de rest van het jaar leegstaat.
Hoe groot kiezen de meeste mensen hun regenwatertank?
5.000 liter is in de praktijk de meest gekozen maat voor een gezinswoning. Uit ruim 600 installaties van Regenplan.nl zien wij dat de 5.000-liter ondergrondse tank veruit het vaakst wordt geplaatst, gevolgd door 3.000 liter voor puur tuingebruik. Pas bij grotere daken of een volledig huishoudelijk systeem schuift de keuze naar 7.500 liter en hoger.
Die voorkeur voor 5.000 liter is geen toeval. Het is het formaat waarbij een gemiddeld dak en gemiddeld gebruik elkaar netjes ontmoeten: groot genoeg om een droge zomerperiode van enkele weken te overbruggen, klein genoeg om binnen een redelijke prijs en een standaard gegraven put te blijven.
Wat ons opvalt: mensen die wij vooraf laten rekenen met hun werkelijke gebruik, kiezen vaker een kleinere tank dan ze zelf in gedachten hadden. De aanname is vaak “hoe groter, hoe beter”, terwijl de cijfers laten zien dat een tank die past bij dak en verbruik fijner werkt en sneller terugverdient. Een 3.000-literaansluiting voor een tuin doet precies wat hij moet doen, zonder dat je betaalt voor liters die je nooit gebruikt.
Maakt een grotere tank het systeem veel duurder?
De tankinhoud bepaalt maar een deel van de prijs; de aansluitingen wegen zwaarder. Een tuinsysteem start bij €2.450, terwijl een compleet systeem dat ook toilet en wasmachine voedt oploopt tot zo’n €6.000. Het verschil zit ’m vooral in pomp, filters en leidingwerk — niet alleen in een paar duizend liter extra opslag.
Wat de inhoud betekent voor je totale investering en terugverdientijd lees je apart in wat een regenwatersysteem kost en de terugverdientijd van een regenwatersysteem. Kort gezegd: kies de inhoud op je gebruik, niet op de laagste prijs — een te kleine tank die in juli leegstaat verdient zichzelf langzamer terug.
Welke systemen er zijn en wat ze aankunnen zet de keuze tussen tuin- en huishoudelijk gebruik op een rij, zodat je de inhoud daarop kunt afstemmen.
Een 5.000-liter tank in de praktijk: de case uit Amersfoort
In Amersfoort plaatsten we een ondergrondse tank van 5.000 liter bij een vrijstaande woning. Het resultaat: zo’n €160 besparing per jaar op leidingwater, met water voor de tuin en het toilet. Die 5.000 liter bleek precies de buffer die het dak en het gebruik van dit gezin vroegen — niet groter, niet kleiner.
De case laat de kern van deze keuze zien. Het ging niet om de grootst mogelijke tank, maar om de inhoud die past bij wat er van het dak komt en wat er onderin het huis verdwijnt. Een ondergrondse tank houdt het water bovendien koel en donker, waardoor het maandenlang fris blijft — belangrijk als je hem maar een paar keer per jaar helemaal leeg trekt.
Benieuwd wat dat voor jouw adres oplevert? Bereken je besparing en zie meteen welke tankinhoud daarbij hoort.
Welke factoren bepalen verder de juiste inhoud?
Naast dak en gebruik tellen drie dingen mee: hoeveel droge weken je wilt overbruggen, of de tank boven- of ondergronds komt, en hoeveel ruimte je hebt. Wil je een droge zomerperiode van vier tot zes weken kunnen overbruggen voor je tuin, dan reken je ruimer dan de basisvuistregel — richting 50 liter per m² in plaats van 30.
- Overbrugging: hoe langer je zonder regen door wilt kunnen, hoe groter de buffer. Voor een siertuin die droogte slecht verdraagt, kies je ruimer.
- Boven- of ondergronds: bovengrondse vaten blijven meestal onder 2.000 liter en zijn ideaal voor de tuin; alles vanaf 3.000 liter komt in de praktijk ondergronds.
- Ruimte en graafwerk: een grotere ondergrondse tank vraagt een diepere put. Soms is de beschikbare ruimte de echte begrenzer, niet de rekensom.
Twijfel je tussen twee maten, kies dan de grootste die je gebruik nog volloopt. Een tank die jaarlijks een paar keer overstroomt bij een flinke bui, is goed gekozen — dat overtollige water zou anders toch het riool in lopen.