De watervoetafdruk van een huishouden
Een huishouden gebruikt ~119 liter kraanwater per persoon per dag, maar de totale watervoetafdruk loopt op tot ~4.000 liter door verborgen water in producten.

De watervoetafdruk van een huishouden bestaat uit twee delen: het kraanwater (gemiddeld 119 liter per persoon per dag, vooral douche, toilet en was) en het verborgen water in voedsel, kleding en spullen. Samen komt dat uit op ongeveer 4.000 liter per persoon per dag, waarvan het grootste deel buiten Nederland wordt verbruikt.
Wat is de watervoetafdruk van een huishouden?
De watervoetafdruk van een huishouden is al het water dat nodig is om jullie leven mogelijk te maken: niet alleen het kraanwater dat je thuis gebruikt, maar ook het verborgen water in voedsel, kleding en spullen. Direct uit de kraan gebruikt een Nederlander gemiddeld zo'n 119 liter per dag, maar de totale voetafdruk loopt op tot ongeveer 4.000 liter per persoon per dag.
Die twee getallen vertellen samen het hele verhaal. Het zichtbare deel (douchen, doorspoelen, wassen) is klein en goed te sturen. Het onzichtbare deel zit in wat je koopt en eet, en is vele malen groter. Wie de watervoetafdruk van een huishouden wil verkleinen, kijkt dus naar beide kanten.
Het directe verbruik lag in 2025 op gemiddeld 119,1 liter drinkwater per persoon per dag (Vitens, 2025). De totale voetafdruk inclusief verborgen water wordt geschat op ongeveer 4.000 liter per persoon per dag, waarvan het grootste deel buiten Nederland wordt verbruikt (Follow the Money, interview Rick Hogeboom).
Hoeveel kraanwater gebruikt een huishouden per dag?
Een gemiddelde Nederlander gebruikt zo'n 119 liter drinkwater per persoon per dag direct uit de kraan. Voor een tweepersoonshuishouden komt dat neer op ongeveer 240 liter per dag, voor een gezin van vier op rond de 470 liter. Het exacte getal hangt sterk af van het aantal personen en van hoe vaak en lang er gedoucht wordt.
Het gemiddelde van 119,1 liter per persoon per dag in 2025 is een lichte daling ten opzichte van 119,5 liter in 2024 en 126,5 liter in 2021 (Vitens, 2025). De Rijksoverheid en de drinkwatersector mikken op een verbruik van gemiddeld 100 liter per persoon per dag in 2035.
Belangrijk om te weten: het verbruik per persoon ligt in een klein huishouden hoger dan in een groot. Een eenpersoonshuishouden zit gemiddeld rond 192 liter per persoon per dag, een tweepersoonshuishouden rond 135 liter, en een huishouden van drie of vier personen rond 116 liter (CBS / Vewin, Watergebruik Thuis 2021). Dat komt doordat sommige verbruiken, zoals een draai van de wasmachine, gedeeld worden.
Waaraan gaat het kraanwater thuis op?
Het meeste kraanwater in huis verdwijnt onder de douche en door het toilet. Samen met de wasmachine zijn dat de drie grootste posten; ze nemen ruwweg driekwart van het directe verbruik voor hun rekening. Drinken en koken vormen juist een klein deel: het meeste drinkwater gaat dus níét door je keel.
De verdeling per persoon per dag op basis van het onderzoek Watergebruik Thuis (CBS / Vewin, 2021):
- Douchen: het grootste deel, ongeveer een derde van het verbruik (rond 42 liter).
- Toilet doorspoelen: ongeveer een kwart (rond 28 liter).
- Wasmachine: ruwweg een achtste (rond 15 liter).
- Handen wassen, wastafel en bad: samen nog eens een vijfde.
- Drinken, koken en de vaatwasser: elk slechts een paar procent.
Voor wie thuis water wil besparen, ligt de winst dus bij de douche, het toilet en de was. Een waterbesparende douchekop, een spoelonderbreker en een zuinige wasmachine raken precies de grootste posten.
Waarom is de totale watervoetafdruk zoveel groter dan het kraanverbruik?
Omdat verreweg het meeste water dat een huishouden verbruikt verborgen zit in producten, niet in de kraan. Dit heet virtueel water: al het water dat nodig was om je eten, kleding en spullen te maken. Daardoor loopt de totale voetafdruk op tot zo'n 4.000 liter per persoon per dag, terwijl de kraan maar ongeveer 119 liter levert.
Het overgrote deel van die voetafdruk ontstaat bovendien in het buitenland, via geïmporteerde producten als katoen, soja, cacao en koffie (De Correspondent). Per jaar komt de gemiddelde Nederlander daarmee op ruwweg 1,5 miljoen liter water.
Een paar voorbeelden van virtueel water maken het concreet: voor een katoenen T-shirt is grofweg 2.700 liter water nodig, en voor een kilo rundvlees vele duizenden liters (Waschbaer, watervoetafdruk). Voedsel, en dan vooral dierlijke producten, is veruit de grootste post in de verborgen voetafdruk.
Hoe verklein je de watervoetafdruk van je huishouden?
Pak beide kanten aan: het zichtbare kraanwater én het verborgen water in je aankopen. Thuis lever je de meeste winst bij de douche, het toilet en de was. In je consumptie zit de grootste hefboom bij voedsel: minder vlees en minder verspilling drukken de totale voetafdruk fors, omdat juist daar de meeste liters zitten.
Concrete stappen voor het directe verbruik:
- Korter douchen en een waterbesparende douchekop plaatsen, want de douche is de grootste post.
- Een zuinig toilet of spoelonderbreker gebruiken voor de tweede grootste post.
- De wasmachine en vaatwasser alleen vol laten draaien.
- Regenwater opvangen voor de tuin, het toilet of de wasmachine, zodat je voor die toepassingen geen drinkwater meer gebruikt.
Die laatste stap is interessant omdat een flink deel van het huishoudelijke drinkwater naar toepassingen gaat waar drinkwaterkwaliteit niet nodig is: de tuin, het doorspoelen van het toilet en de was. Een regenwatersysteem vangt hemelwater op en zet het in voor precies die taken. In de praktijk zien we dat huishoudens daarmee een merkbaar deel van hun drinkwatergebruik vervangen, terwijl ze tegelijk hun tuin ontlasten bij droogte en piekbuien.
Loont waterbesparing financieel?
Op de korte termijn is drinkwater in Nederland relatief goedkoop, dus de directe besparing op je waterrekening is bescheiden. De waarde zit vooral in robuustheid: minder afhankelijk zijn van drinkwater bij droogte, en bijdragen aan het terugbrengen van het verbruik richting de doelstelling van 100 liter per persoon per dag in 2035.
Voor de tuin en het toilet telt regenwater bovendien dubbel. Je bespaart drinkwater én je vangt hemelwater op dat anders versneld het riool in zou stromen. Bij hevige buien verlicht dat de druk op het rioolstelsel, en in droge periodes heb je een eigen buffer. Veel gemeenten en waterschappen waarderen dat en bieden er stimuleringsregelingen voor aan.
Of waterbesparing voor jouw huishouden financieel uit kan, hangt af van je verbruik, je tuin en de regeling in jouw gemeente. Wil je weten hoeveel drinkwater je met een regenwatersysteem kunt vervangen, bereken het dan vrijblijvend of vraag een advies aan; we helpen je ook graag bij het vinden van de juiste subsidie.