085 - 123 45 67
Werkwijze Systemen Projecten Kennisbank Subsidies Over ons Bereken je besparing

Overloop en infiltratie bij een regenwatersysteem

Hoe overloop en infiltratie samen een regenwatersysteem klimaatbestendig en veilig maken — met de geldende bergingseisen.

Overloop en infiltratie bij een regenwatersysteem
Direct antwoord

Infiltratie laat regenwater langzaam de bodem in zakken; de overloop voert het overschot veilig af zodra de berging vol is. Samen bergen ze een hevige bui en voorkomen ze waterschade. Veel gemeenten eisen 60 liter per m² verhard oppervlak, met een berging die binnen 24 tot 60 uur weer leeg is.

Door Thijs Bakker, monteur en installateur bij Regenplan. Laatste update: juni 2026.

Wat doen overloop en infiltratie in een regenwatersysteem?

Infiltratie laat opgevangen regenwater langzaam de bodem in zakken; de overloop is de noodafvoer die in werking treedt zodra de berging vol zit. Samen zorgen ze dat een hevige bui veilig wordt geborgen en vertraagd afgevoerd, zonder dat je tuin, kruipruimte of de straat onderloopt. Het zijn de twee onmisbare schakels die een regenwatersysteem klimaatbestendig maken.

Je kunt het zien als een badkuip met een afvoer in de bodem en een noodgaatje aan de rand. De bodemafvoer is de infiltratie: water zakt geleidelijk weg in de grond. Het noodgaatje is de overloop: stijgt het water te snel, dan loopt het gecontroleerd weg naar een veilige plek in plaats van over de rand je huis in.

Hoe werkt infiltratie van regenwater precies?

Bij infiltratie wordt regenwater tijdelijk gebufferd in een ondergrondse voorziening — meestal infiltratiekratten of een grindkoffer — en zakt het via de bodem en zijwanden langzaam weg in de grond. Een geotextiel houdt zand en gronddeeltjes tegen, zodat de holle ruimte open blijft. Zo daalt de piekafvoer en vult het grondwater zich aan.

De snelheid waarmee het water wegzakt, hangt af van de doorlatendheid van je bodem. Zand laat water vlot door, klei en leem juist traag. In de praktijk zien we dat de bodemsoort vaak meer bepalend is voor het ontwerp dan het dakoppervlak — twee identieke woningen op verschillende grond vragen om een heel ander systeem. Een eenvoudige proef waarbij je een gat vult met water en de daling per uur meet, geeft al een goed eerste beeld.

Een belangrijke ontwerpregel: een infiltratievoorziening hoort boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen, met als vuistregel GHG +0,5 meter. Alleen het volume bóven de grondwaterstand telt mee als effectieve berging; ligt de onderkant van je kratten onder water, dan kunnen ze niet leeglopen (HDSR factsheets, 2023).

Waarom heb je een overloop nodig?

Een overloop is nodig omdat geen enkele berging onbeperkt is. Bij een extreme bui, of wanneer de bodem nog verzadigd is van een eerdere regenperiode, loopt de infiltratievoorziening vol voordat al het water is weggezakt. De overloop voert dat overschot gecontroleerd af naar een veilige bestemming in plaats van naar je gevel of kruipruimte.

Zonder overloop bouw je een verborgen risico in. Het water zoekt namelijk altijd de weg van de minste weerstand: dat is dan de aansluitleiding richting je huis. In de praktijk zien we dat juist het ontbreken van een doordachte overloop tot waterschade leidt, niet de capaciteit van de kratten zelf. De overloop is dus geen luxe maar de veiligheidsklep van het hele systeem.

Waarheen mag de overloop afvoeren?

De overloop voert het overschot bij voorkeur af naar je eigen perceel — een lager gelegen tuindeel, een wadi of een tweede infiltratiezone — of vertraagd naar oppervlaktewater of het hemelwaterriool. Lozen op het vuilwaterriool is bijna overal ongewenst. Welke route is toegestaan, hangt af van de regels van je gemeente en waterschap.

De voorkeursvolgorde is helder. Eerst hergebruik en infiltratie op eigen terrein, dan vertraagd lozen op oppervlaktewater, en pas als laatste optie het riool. Sommige waterschappen staan vertraagde afvoer naar oppervlaktewater alleen toe met een maximale afvoernorm, vaak in de orde van 1,5 liter per seconde per hectare (Wildkamp kenniscentrum). Laat de overloop nooit zomaar over de erfgrens bij de buren uitkomen — dat geeft niet alleen overlast maar ook discussie.

Hoeveel regenwater moet je bergen volgens de regels?

Veel gemeenten hanteren in hun hemelwaterverordening een bergingseis van 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak, oftewel 60 millimeter. Amsterdam vroeg bijvoorbeeld minimaal 60 liter per m² bebouwd oppervlak, met een afvoer van maximaal 1 liter per m² per uur en een lege berging na 60 uur. Controleer altijd de actuele eis van jóuw gemeente.

Die 60 mm is geen toeval: het komt overeen met een stevige zomerbui en is een breed gedragen norm voor nieuwbouw en grote verbouwingen (Hemelwaterverordening Amsterdam). De eisen verschillen per gemeente — sommige hanteren een lagere drempel of een ondergrens vanaf een bepaald verhard oppervlak, bijvoorbeeld vanaf 500 m² (Schagen, waterberging). Met de invoering van de Omgevingswet zijn veel van deze verordeningen ondergebracht in het gemeentelijke omgevingsplan, dus de vindplaats kan verschoven zijn.

De ledigingstijd is minstens zo belangrijk als het volume. Een berging moet zich binnen 24 tot 60 uur weer leegmaken, zodat het systeem klaarstaat voor de volgende bui. Een grote bak die traag leegloopt, biedt schijnveiligheid.

Hoe ontwerp je overloop en infiltratie samen?

Je ontwerpt het systeem in lagen: eerst de buffer die de bergingseis haalt, daaronder het infiltratieoppervlak dat bepaalt hoe snel het water wegzakt, en bovenin de overloop die het overschot veilig afvoert. De volgorde van vollopen en leeglopen moet kloppen, anders werkt het systeem niet zoals bedoeld.

  1. Bepaal het verhard oppervlak (dak plus verharding) dat op het systeem afwatert en de bergingseis van je gemeente.
  2. Test de doorlatendheid van de bodem en stel de GHG vast; plan de voorziening boven GHG +0,5 m.
  3. Kies het buffervolume zodat je aan de eis voldoet, met een ledigingstijd binnen 24 tot 60 uur.
  4. Leg de overloop op het juiste niveau aan — net onder het maaiveld of het laagste afvoerpunt — richting een veilige bestemming.
  5. Bouw een voorfilter of bladvanger in, zodat blad en vuil de kratten en het geotextiel niet dichtslibben.

In de praktijk zien we dat een systeem zonder voorfilter binnen enkele jaren aan capaciteit inboet doordat fijn slib het geotextiel verstopt. Een goed bereikbaar filter en een inspectieput maken het verschil tussen onderhoudsvriendelijk en een verstopte bak in de tuin.

Wat als de bodem slecht doorlaat?

Bij een slecht doorlatende bodem zoals klei of een hoge grondwaterstand is pure infiltratie vaak niet haalbaar. Dan verschuift het accent naar bergen en vertraagd afvoeren: een ruimere buffer met een geknepen overloop die het water langzaam naar oppervlaktewater of riool laat lopen, zodat je de piek toch afvlakt.

Een knijpconstructie of een afvoer met kleine doorlaat is hier de sleutel. Het water mag dan wel weg, maar gedoseerd, zodat je benedenstrooms geen overlast veroorzaakt. Combineer dit eventueel met bovengrondse oplossingen zoals een wadi of een groen dak, die zelf al een deel van de bui vasthouden voordat het de ondergrondse voorziening bereikt. Bij twijfel over de bodem is een korte meting altijd verstandiger dan een aanname — het bepaalt het hele ontwerp.

Wil je weten welke combinatie van berging, infiltratie en overloop bij jouw dakoppervlak, bodem en gemeente-eis past? Bereken vrijblijvend je situatie of vraag een advies op maat aan via Regenplan.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen overloop en infiltratie?

Infiltratie laat het opgevangen regenwater langzaam de bodem in zakken via een ondergrondse voorziening zoals infiltratiekratten. De overloop is de noodafvoer die pas in werking treedt als die berging vol is, en voert het overschot gecontroleerd af naar een veilige plek. Infiltratie is de hoofdroute, de overloop is de veiligheidsklep.

Hoeveel regenwater moet ik verplicht bergen?

Veel gemeenten eisen 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak (60 mm) bij nieuwbouw of een grote verbouwing, met een berging die binnen 24 tot 60 uur weer leeg is. De exacte eis staat in de hemelwaterverordening of het omgevingsplan van je gemeente en kan per gemeente verschillen, dus controleer altijd je eigen situatie.

Waarheen mag mijn overloop afvoeren?

Bij voorkeur naar je eigen perceel, zoals een lager tuindeel, een wadi of een tweede infiltratiezone. Daarna komt vertraagd lozen op oppervlaktewater of het hemelwaterriool, vaak met een maximale afvoernorm. Lozen op het vuilwaterriool en afvoeren over de erfgrens bij de buren zijn vrijwel overal ongewenst.

Werkt infiltratie ook in kleigrond?

Beperkt. Klei laat water traag door, dus pure infiltratie is dan vaak niet haalbaar. Het accent verschuift naar bergen en vertraagd afvoeren: een ruimere buffer met een geknepen overloop die het water gedoseerd naar oppervlaktewater of riool laat lopen. Een doorlatendheidstest van de bodem bepaalt welke aanpak past.

Hoe diep moet een infiltratievoorziening liggen?

Boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), met als vuistregel GHG plus 0,5 meter. Alleen het volume boven het grondwater telt mee als effectieve berging. Ligt de onderkant van je kratten onder de grondwaterstand, dan kan het systeem niet leeglopen en verlies je capaciteit.

Verder lezen

Meer uit de kennisbank

Klaar om regenwater te benutten?

Bereken in een minuut wat jouw dak kan opleveren.

Bereken je besparing
Bereken besparing Bel ons