Hoeveel liter regenwateropslag heb ik nodig?
Bepaal de juiste regenwatertank op basis van dakoppervlak, verbruik en neerslag — meestal 3.000 tot 7.500 liter.

Hoeveel liter regenwateropslag je nodig hebt, hangt af van je verbruik, dakoppervlak en de neerslag. Voor een gemiddeld huishouden dat toilet, wasmachine en tuin op regenwater zet, ligt het optimum meestal tussen 3.000 en 7.500 liter. Een grotere tank levert daarboven nauwelijks extra op.
Hoeveel liter regenwateropslag je nodig hebt, hangt af van drie dingen: hoeveel water je wilt vervangen, hoe groot je dakoppervlak is en hoeveel neerslag er valt. Voor een gemiddeld huishouden dat toilet, wasmachine en tuin op regenwater zet, ligt het praktische optimum meestal tussen 3.000 en 7.500 liter. Een grotere tank levert daarboven nauwelijks extra opbrengst op.
Hoeveel liter regenwateropslag heb ik gemiddeld nodig?
Voor een doorsnee gezin van vier personen dat toilet en wasmachine op regenwater aansluit, is 3.000 tot 5.000 liter opslag in de meeste situaties voldoende. Wil je daar tuinberegening bij optellen, dan is 5.000 tot 7.500 liter realistischer. De juiste maat is altijd een balans tussen wat er van je dak komt en wat je daadwerkelijk verbruikt.
Een tank die te klein is, stroomt bij elke flinke bui over en laat opbrengst weglopen. Een tank die te groot is, raakt zelden vol en kost onnodig veel. Het optimum zit op het punt waar je opslag groot genoeg is om een droge periode van twee tot drie weken te overbruggen, zonder dat je voor regen betaalt die je toch nooit benut.
Hoe bereken ik hoeveel regenwater mijn dak opvangt?
Je vermenigvuldigt je horizontale dakoppervlak (in m²) met de jaarlijkse neerslag (in millimeter, oftewel liter per m²) en een afvoercoëfficiënt van ongeveer 0,8. Een dak van 60 m² vangt bij de Nederlandse normneerslag van 795 mm dus grofweg 60 × 795 × 0,8 ≈ 38.000 liter per jaar op.
De langjarig gemiddelde neerslag in Nederland is ongeveer 795 mm per jaar, al lag dat in natte jaren fors hoger: in 2024 viel landelijk gemiddeld zo'n 986 mm (KNMI, jaaroverzicht 2024). Reken voor een betrouwbare maatvoering met het langjarig gemiddelde, niet met een uitschietjaar. De afvoercoëfficiënt van 0,8 corrigeert voor verdamping, vervuiling en het beetje water dat in de eerste opvang verloren gaat; voor een hellend pannendak is dat een veilige waarde.
Hoeveel regenwater verbruik ik per persoon?
Een gemiddelde Nederlander gebruikte in 2024 zo'n 117,3 liter drinkwater per dag (Vewin via Drinkwaterplatform, 2024). Daarvan kun je het deel dat naar toilet, wasmachine en tuin gaat prima vervangen door regenwater. Dat is precies het verbruik dat je opslag moet kunnen leveren.
Uit het onderzoek Watergebruik Thuis (CBS, 2021) blijkt de verdeling: ongeveer 36% gaat naar de douche, 24% naar het toilet en 13% naar de wasmachine (Drinkwaterplatform, cijfers waterverbruik). Toilet en wasmachine samen zijn dus goed voor ruwweg een derde van het huishoudelijk verbruik, oftewel zo'n 40 liter per persoon per dag. Voor een gezin van vier komt dat neer op ongeveer 160 liter regenwater per dag, of bijna 60.000 liter per jaar.
Welke tankgrootte past bij mijn huishouden?
Als vuistregel pak je een tank die ongeveer drie weken van je regenwaterverbruik kan overbruggen. Verbruik je 160 liter per dag, dan kom je uit op zo'n 3.000 tot 3.500 liter voor toilet en was. Tel je tuinberegening in het droge seizoen mee, dan is 5.000 tot 7.500 liter verstandiger, omdat de tuinvraag juist piekt wanneer het weken niet regent.
- 1 tot 2 personen, alleen toilet: 2.000 tot 3.000 liter.
- Gezin van 3 tot 5, toilet en wasmachine: 3.000 tot 5.000 liter.
- Gezin met grote tuin, toilet, was en beregening: 5.000 tot 7.500 liter.
- Ruime kavel of zelfvoorzienend doel: 7.500 liter of meer, vaak ondergronds.
In de praktijk zien we dat de meeste huishoudens beter af zijn met een iets ruimere tank dan met een krappe: een tekort in droge weken weegt zwaarder dan een tank die in de winter af en toe overloopt naar de infiltratie of het riool.
Wordt een grotere regenwatertank altijd beter?
Nee. Boven een bepaalde grootte daalt de meeropbrengst per extra liter opslag snel. Zodra je tank groter is dan ongeveer drie weken verbruik, vang je vooral water op dat je toch al via natuurlijke aanvulling zou hebben gehad. De extra investering verdient zich dan nauwelijks terug in extra bespaard drinkwater.
De zinvolle bovengrens wordt bepaald door de verhouding tussen je dakoppervlak en je verbruik. Een klein dak vult een grote tank simpelweg niet vol; een groot dak met laag verbruik laat een grote tank wél zin houden. Daarom is maatwerk waardevoller dan automatisch voor de grootste tank kiezen: de beste maat is de kleinste tank die je dak en je verbruik ruim bedient, niet de grootste die past.
Bovengronds of ondergronds: maakt dat uit voor de maat?
Voor de benodigde liters maakt het geen verschil, maar wel voor wat haalbaar is. Bovengrondse regentonnen en IBC-tanks gaan praktisch tot ongeveer 1.000 à 2.000 liter en zijn ideaal voor de tuin. Wil je toilet en wasmachine serieus voeden, dan kom je al snel uit op een ondergrondse tank van enkele duizenden liters.
Ondergrondse tanks houden het water koel en donker, wat alggroei tegengaat en de kwaliteit beter houdt voor gebruik binnenshuis. Ze vragen wel graafwerk en een pompinstallatie. Bovengronds is goedkoper en sneller geplaatst, maar beperkt in volume en kwetsbaarder voor vorst en licht. De gewenste opslagmaat bepaalt dus vaak vanzelf welke uitvoering logisch is.
Wil je je eigen dakoppervlak, verbruik en neerslag laten doorrekenen tot een concrete tankmaat? Met onze regenwatercalculator of een vrijblijvende offerte rekenen we het voor je situatie precies uit.